De geschiedenis van Kasteel Croy is onder de beschrijving van het kasteel te vinden. Dit kasteel had te maken met de heerlijkheden Stiphout, Aarle en Rixtel.
Historisch gezien bestaat het dorp daardoor dus eveneens uit twee vroegere kernen: Aarle en zuidoostelijk daarvan Rixtel. Aarle is de plaats waar de kapel van Onze Lieve Vrouw in ’t Zand staat. Beide plaatsen hadden een parochiekerk, maar deze kerken werden genaast door de protestanten in 1648. Na 1672 werd er een schuurkerk gebouwd tussen beide parochies in, waardoor de parochies aaneengroeiden. De protestanten waren met zo weinigen dat ze niet in staat waren de twee voormalige parochiekerken te onderhouden. Ze raakten in verval en de parochiekerk van Rixtel werd in 1818 gesloopt. De Aarlese kerk, de voormalige Mariakerk, werd door de protestanten nog geruime tijd gebruikt.
In 1798 kregen de katholieken de gelegenheid om de Mariakerk terug te nemen, maar ze wilden liever in de schuurkerk blijven en vervolgens een nieuwe kerk bouwen. Ook de protestanten gaven de voorkeur aan een nieuwe kerk, daar herstel van de Mariakerk niet haalbaar bleek. Het aantal leden van de Hervormde Gemeente was echter gegroeid, mede door toedoen van de Maatschappij van Welstand die boerderijen had opgekocht waar protestantse boeren in kwamen te wonen. Onder leiding van Arnoldus van Veggel werd een waterstaatskerk gebouwd die in 1847 gereed kwam. Het was een achtkantig zaalkerkje. Bouwkundig gezien was het slecht geconstrueerd en in 1872 stortte de voorgevel in, waarna de kerk in 1873 geheel werd gesloopt en een nieuwe kerk werd gebouwd die in 1874 gereed kwam en tegenwoordig als het Kouwenbergs kerkje bekendstaat. Architect was Martin Dreesen.
Begin 1800 heerste er hier een strenge choleraepidemie. Koning Lodewijk Napoleon, die destijds koning van Holland was, maakte in die tijd de langste reis die een vorst ooit in het Koninkrijk Holland heeft gemaakt. Gedurende de reis verleende de koning persoonlijk bijstand bij deze cholera-epidemie in Aarle. Nergens in het hedendaagse Nederland staat nog een monument ter herinnering aan de koning; uitzondering is Aarle waar pal voor de hervormde kerk een monument van Lodewijk Napoleon is geplaatst.
Ook de katholieken kregen hun waterstaatskerk. Deze kwam in 1846 gereed en fungeert nog steeds als parochiekerk voor Aarle en Rixtel. Ook deze kerk wordt toegeschreven aan Arnoldus van Veggel.
Overigens vormden, na ongeveer 1810, de kernen Aarle en Rixtel een enkele gemeente Aarle-Rixtel. Deze is op 1 januari 1997 opgegaan in de gemeente Laarbeek.
In de twintigste eeuw zijn beide kernen volledig aaneengegroeid. Hierdoor is Aarle-Rixtel een betrekkelijk groot en lang dorp geworden, waarvan in 1823 een klein deel is afgesneden door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart. Er kwamen twee belangrijke kloosters in Aarle-Rixtel: Het klooster van de Zusters van Liefde in 1856 (Mariëngaarde) en het klooster van de Missiezusters van het Kostbaar Bloed in 1903
Meer informatie over de geschiedenis van Aarle-Rixtel is te vinden bij Aarle-Rixtelse heemkundekring Barthold van Heessel.
Contact informatie heemkundekring Barthold van Heessel.
